Mijn Beleving:
Het is 22:03 uur en ik snij kleine blokjes kaas.
Morgenochtend ga ik op de bonnefooi barbelen,
Morgenochtend, met mijn nieuwe aas.
Barbus Barbus is de naam, een vis met sterallures
De sterkste witvis van ons land, hoewel meneer zeelt er niet mee eens is.
Dagenlang heb ik zitten lezen, over kaas, korfjes en natuurlijk deze vis.
Als het waar is wat ze zeggen, dan is de vechtlust van deze vis niet mis.
’s Nachts kan ik de slaap niet vatten, ik ben onrustig tot en met
Dat ik hier zenuwachtig van kan worden, maar stiekem heb ik pret
Het kost me meer dan een uur rijden en ik rij naar nowhereland
Niets kan ik hier herkennen, niet is mij hier bekend.
In nowehereland voel ik me klein, man, man, man, wat een rivier.
Moet ik hier gaan zitten dan, vind ik hier mijn plezier?
Daar zit ik dan te zitten, en tuur strak naar mijn top
Wat gaat er nu gebeuren, kom op, schiet eens op
De hengel wordt plots van de steun getrokken, Ik kan er nog net bij
Mijn onzekerheid is inmiddels vertrokken. Want oh, wat ben ik blij.
Zou het dan toch gebeuren, zou het dan toch zo zijn?
Zit daar Barbus Barbus, zit er een barbeel aan de andere kant van de lijn?
Wanneer de vis is uitgeteld en de strijd uiteindelijk is gestreden
Ligt er in mijn bruine armen, een barbeel met een rivierverleden
Ik geniet, ik ben zo trots en zo onvoorstelbaar blij
Wat is het leven af en toe toch mooi, wat is het toch mooi, die sportvisserij.